Vitaly Samoshko

“RACH 3 ‘revisited’ (* * *1/2)”

Posted in Press clippings by fvc on November 23, 2008

KLASSIEK: RACH 3 ‘revisited’ (* * *1/2)
Greet Van ‘t veld
Knack.be
2008.11.23

Het Symfonieorkest van Vlaanderen heeft in Bozar een vaste cyclus en een trouw publiek. Met de lang verwachte terugkeer van de Oekraïense pianist Vitaly Samoshko die er in ’99 de Koningin Elisabeth Wedstrijd won, zat de zaal afgeladen vol. Het magistrale 3de Pianoconcerto van Rachmaninov stond bovendien opnieuw op het programma, een topper van formaat die de overige stukken helaas wat in de schaduw plaatste.

L’ère du Verseau (1983) van Karel Goeyvaerts was nochtans een knappe opener. In dit korte en krachtige eerbetoon aan de in ’93 overleden componist en schepper van de mythische opera Aquarius , grijpt Goeyvaerts terug naar de tonaliteit. Afgemeten ritmes en stugge kopers draaien even de tijd terug naar Stravinski en Bartok. Jonas Albers dirigeerde met strakke hand. Heel anders dan in Rachmaninov, waar hij het orkest liet open bloeien in grote romantische bogen. Vooral de strijkers, met een pluim voor de cellogroep, lieten zich dat welgevallen. De kopersectie daarentegen kroop te vaak in haar schelp waardoor de fierheid van de Slavische ziel geen kans kreeg. Maar alle ogen en oren waren vooral gericht op publiekslieveling Samoshko. Zijn interpretatie was verpletterend, poëtisch, organisch, en van een maturiteit die ons in ’99 niet eens was opgevallen. Nu bouwde hij zijn climaxen zorgvuldig op en schreef hij een mooi gedoseerd verhaal, perfect in balans met het orkest. Zijn precieze, vederlichte articulatie en de manier waarop hij met gewicht speelde waren van topniveau. Een staande ovatie was het minste dat deze uitvoering verdiende.

De 3e Symfonie ‘Rheinische’ van Schumann had de adrenaline moeten doortrekken, maar het duurde tot het vijfde en laatste deel alvorens we echt de grootsheid en de pracht van de Rijn en de Dom van Keulen voor ons geestesoog zagen opdoemen.

Gehoord op 22/11 PSK Brussel. Dit progamma wordt hernomen op 25/11 (Brugge), 28/11 (Gent) en 30/11 (Antwerpen) en op Klara uitgezonden op 5/1/2009 omstreeks 15u30.

http://www.symfonieorkest.be
http://www.knack.be/blog/media-en-cultuur/71-19/media-en-cultuur.html

Advertisements

“Een boeiend concert”

Posted in Press clippings by fvc on April 27, 2007

Een boeiend concert
Wilfried Van Landeghem
2007.04.27
deBijloke

Vrijdag 27 april 2007, Concertzaal deBijloke, Gent

Symfonie.Orkest.Vlaanderen
Vitaly Samoshko : piano
David Angus : dirigent

Het was reeds lang geleden dat ik een concert uitkoos van het Symfonie.Orkest.Vlaanderen. Ik was er van de eerste bij toen het orkest in 1960 zijn debuut maakte, de kwaliteit liet dan veel te wensen over. Het orkest was niet in staat zich te profileren als een volwaardig symfonieorkest. Ook de keuze van de dirigenten liet te wensen over, het orkest ‘speelde’ muziek en dat was het ! Dirk Coutigny, huidig intendant van het orkest, hervormde de structuur van het orkest en stond erop het orkest meer flexibel te maken en er vooral voor te zorgen dat er homogeniteit in de samenstelling van het orkest een doelstelling zou worden, daarnaast streefde naar een moderne structuur. Voor het realiseren van die doelstellingen was vooreerst een bekwame dirigent één van de noodzaken. Hij verkende het dirigentenlandschap en zijn keuze viel op de Britse dirigent David Agnus, die van bij het begin de orkestkwaliteit als doelstelling zag. Die optie heeft hij bekomen door het werkniveau en de afzonderlijke secties van het orkest te optimaliseren. Door andere verplichtingen – en niet van de minste – gaf hij het roer door aan de Vlaamse dirigent Siebens, die reeds een reputatie had opgebouwd met het Prometheus Ensemble. Toch zou Agnus nog bij regelmaat het Symfonieorkest Vlaanderen dirigeren. Dat was ook het geval voor het concert van 27 april. Het programma omvatte werk van Jean Sibelius, Pjotr Tsjaïkovski en Carl Nielsen.
Bij het concert moest ik vaststellen dat het orkest reeds over een niet gering aantal enthousiastelingen werd bijgewoond, of laat ik het beter zeggen de concertzaal van deBijloke was nagenoeg volzet.
Als ‘ouverture’ was gekozen voor Sibelius’ symfonisch gedicht Finlandia, opus 26. Een korte compositie, die tijdens een nationale demonstratie (1899) moest dienen als muzikale opluistering van de opvoering van ‘Beelden uit het verleden’ in het Zweedse theater te Helsingfors. Het zesde tableau heette ‘Finland ontwaakt’ en de muziek, die hierbij werd gebracht oogstte zoveel bijval, dat zij de nationale naam van Finlandia kreeg. Het werk werd stevig, zelfs een beetje agressief (vooral door de blazers) gespeeld, waardoor het geheel nogal pompeus overkwam.
Als tweede werk was gekozen voor een ‘evergreen’ : het Concert voor piano en orkest nr.1, opus 23 van Pjotr Tsjaïkovski. De Russische componist heeft drie pianoconcerten gecomponeerd, waarvan alleen het eerste (1875) algemeen bekend is. In één van zijn brieven aan zijn beschermster Nadejda von Meck gaf hij een uitvoerige schildering van de avond, waarop hij het pas voltooide werk in een kleine kring van vrienden voorspeelde en het tot een heftige scène tussen hem en de dirigent Nilolai Rubinstein kwam, die de compositie grondig afkeurde en een radicale herziening adviseerde. Tsjaïkovski, door Rubinstein’s uiterst onwelwillende veroordeling waardoor de componist in het diepst gegriefd was, verklaarde er geen noot in te willen vernaderen en het ongewijzigd te laten publiceren, wat dan ook gebeurde. Later is Rubinstein op zijn vernietigend oordeel geheel teruggekomen en heeft hij het werk herhaaldelijk in het openbaar voorgedragen.
De uitvoering in deBijloke was er één van het hoogste niveau. Vitaly Samoshko was op zijn best. Zijn interpretatie was ferm en virtuoos, maar nergens ging hij zich te buiten aan de klavierleeuwerij waartoe menig pianist zich laat verleiden. Diegene die hem hoorden , realiseerden zich hoe onterecht dat eeuwige verwijt van banaliteit aan Tsjaïkovski’s werk dikwijls gekoppeld wordt. Met een breed gewelfde, hymne-achtige melodie zette hij het eerste deel in (Allegro non troppo e molto maestoso – Allegro con spirito).
Het hoofdthema, dat ontleend was aan een Russisch bedelaarsliedje, werd zeer lyrisch gespeeld door Samoshko. Verder zijn er twee neventhema’s, waarop ook de solo cadenzen zijn gebaseerd. Die werden door de pianist vol donderende oktavenpassages, maar ook vol grillige sensualiteit en ontroerende muzikale speelsheid uitgevoerd. Vooral de innigheid van het Andantino semplice maakte zo’n overbekend stuk weer als nieuw, Samoshko koos hier voor diepzinnigheid. De ingehouden inzet van de Finale (Allegro con fuoco) maakte de latere climaxen des te spannender. Wanneer men het geheel overloopt kan men zeggen dat Vitaly Samoshko een meer dan bekwame pianist is, met vooral gevoel voor de muziek. Hij hield zich verre van misplaatste en valse pathos, toonde aandacht voor de lyrische aspecten en maakte van de virtuositeit geen doel. De samenwerking met het orkest was heel goed. David Angus had het goed voor, dat het werk gecomponeerd was voor piano en orkest, vandaar dat het orkest zijn begeleidende rol excellent speelde, zodat de piano nergens moest onderdoen voor een tutti spelend orkest. Op enkele uitzonderingen na, wanner er geen pianospel aan te pas kwam, liet de dirigent het orkest los en speelde het feilloos en grandioos. De voortreffelijke op elkaar ingespeelde Samoshko en Angus zorgden voor een prachtige, vloeiende vertolking en enthousiasme alom.
Wat mij opviel tijdens de pauze was het feit dat meerdere personen de zaal verlieten, wat voor mij betekende, dat voor hen het concert afgelopen was ! Of lag het aan Carl Nielsen van wie de Symfonie nr. 6 ‘Sinfonia semplice’ FS 116 nog zou worden uitgevoerd ? De Deen Nielsen was een perfecte tijdgenoot van Sibelius. Hij is minder populair omdat hij , in tegenstelling tot Sibelius, de ‘klassieken’ resoluut de rug toekeert. Door het gebruik van evolutieve tonaliteit, atonaliteit en polytonaliteit, en de aaneenschakeling van ideeën zonder onderlinge verwantschap, is Nielsen zonder meer een componist van de 20ste eeuw. Hij schreef zes symfonieën, waarin telkens weer de dynamiek van het ritme opviel. De Symfonie nr.6 ‘Sinfonia semplice (1925) is minder groots, minder gespannen, en blijer dan de twee voorgaande. De eerste beweging (tempo giusto) is opvallend mooi, door haar instrumentatie en door de aandacht voor het klankdetail. De uitvoering door het Symfonieorkest Vlaanderen was vitaal en contrastrijk, en deed het bijzondere karakter goed uitkomen. Van zijn kant liet de dirigent, David Angus, zijn affiniteit met het werk duidelijk horen. Wat niet verwonderlijk is gezien het dubbelzinnige, enigszins groteske van het werk, dat daarmee aan Sjostakovitsj doet denken.
De première van het werk dat plaats had te Kopenhagen op 11 december 1925 en werd met gemengde gevoelens onthaald, waarschijnlijk lag dat aan de minimalistische orkestratie en aan de zware eisen die hij stelde aan de percussie instrumenten en aan de blaasinstrumenten (vooral in de tweede beweging Humoreske, allegretto). Of lag het aan de atonale accenten of aan de voor die tijd ‘hedendaagse’ ritmiek. Feit is dat Nielsen zijn zesde symfonie kwalificeerde als ‘musique pure’. Over zijn ‘Sinfonia Simplice’ zei Carl Nielsen in een interview het volgende : “Ik zocht bij het componeren naar de uiterste eenvoud. Het specifieke karakter van elk instrument werd de basis zelf van mijn partituur, ik heb getracht elk instrument te beschrijven als een individuele , loshangende entiteit”
Daar waar de textuur licht is, vooral in ‘de zesde’ als geheel, overtuigde Angus en het orkest. Trouwens , ook het laconieke, spirituele karakter in die symfonie lag de dirigent wel. Angus heeft minder flair, is minder spectaculair (vgl. Blomstedt) en is terughoudender, maar er spreekt uit zijn interprtetatie meer toewijding. Wat dan enorm opviel was het laatste deel (Thema en Variaties) daar onderstreepte Angus meer het grillige en bizarre van de variaties. Het geheel van de uitvoering was door het Symfonieorkest.Vlaanderen zeer open en direct, en zij hadden greep op deze muziek. Ik heb altijd enige moeite met die raadselachtige Zesde (zo raadselachtig balancerend tussen groteske humor en sardonische dramatiek) gehad, maar deze uitvoering werkte zeer verhelderend, de orkestklank klonk helder, met een betere integratie van de diverse instrumentale groepen. Een dikke proficiat voor de dirigent en voor alle leden van het Symfonieorkest.Vlaanderen, ook het publiek gaf hen een overdonderend applaus,dat onderbroken werd door de dirigent en waarbij hij meedeelde dat hij de publieksaandacht apprecieerde, maar ook in ruime mate het orkest feliciteerde voor hun inzet en gedrevenheid. Daarbij gaf hij aan, dat de uitvoering een ‘in memoriam’ was voor de overleden grootse cellist Mstislav Rostropovitch. Het grandioos concert werd afgesloten met een toegift, een werk van de Vlaamse componist Lodewijk Mortelmans : ‘Hartverheffing’ , het werd door het orkest gespeeld met veel diepgang.

“David Angus dirige le Sympfonieorkest Vlaanderen”

Posted in Press clippings by fvc on April 27, 2007

David Angus dirige le Sympfonieorkest Vlanderen
Richard Letawe
Anaclase.com
2007.04.27
Salle De Bijloke, Gand
27 avril 2007

CHRONIQUES / CONCERT

C’est déjà le dernier programme, ce soir, au Bijloke de Gand pour le Symfonieorkest Vlaanderen, dont la saison est traditionnellement assez ramassée. On commence par Finlandia de Sibelius qui pâtit cruellement
de l’acoustique imprécise et trop réverbérée de la salle. Cuivres et cordes, qui devraient se répondre de façon bien nette durant le fameux hymne, ne forment que bouillie sonore. Dommage, car David Angus, le chef de ce
soir, ancien chefdirigent du SOV, est un sibélien de première force.
Les problèmes d’acoustique se font moins sentir dans le Concerto pour piano n°1 de Tchaïkovski, dont le soliste est le colossal Vitaly Samoshko, vainqueur du Concours Reine Elisabeth en 1999. Samoshko avait déjà été invité par la formation, la saison passée (pour le 1er Concerto de Rachma-ninov) ; il fait partie de cette belle liste de grands solistes que l’orchestre a pu accompagner ces derniers temps : Marie Hallynck, Pieter Wiespelwey, Yozuko Horigome, Patricia Kopatchinskaïa, Martha Argerich (La Roque d’Anthéron), etc.
Les moyens physiques de Samoshko sont considérables : c’est un
homme grand, puissamment bâti, aux bras forts et aux mains longues,
qui dégage une impression de robustesse, et domine franchement son clavier. Cette puissance est cependant très contrôlée, et l’on n’assiste pas
à la démonstration implacable d’un broyeur aux doigts d’acier. Il est, au contraire, un pianiste assez introspectif et poétique, qui adopte des tempi modérés et s’épanouit dans les moments chambristes, notamment un dialogue avec les vents, au début de l’Andantino qui est admirablement chanté. Dans les passages virtuoses, il prend des risques, assène des coups de patte soudains, d’une vélocité et d’une précision implacables. Tout juste pourra-t-on lui reprocher un léger manque de finesse et de netteté dans le cantabile à la fin de la cadence du premier mouvement. L’accompagnement de l’orchestre est scrupuleux, mais aussi un rien placide et ronronnant.
Ayant assuré le remplissage des lieux avec le toujours populaire Con-
certo de Tchaïkovski, le SOV pouvait prendre des risques pour la suite en choisissant la méconnue Symphonie n°6 de Carl Nielsen. Vu sa rareté au concert, le moyen le plus commode d’entendre cette page est le disque, qui cependant ne rend pas bien compte de l’extrême difficulté d’une partition piégeuse, à la rythmique démoniaque et à la dynamique délicate, dont l’ar-chitecture subtile est très difficile à restituer de manière intelligible. Angus en donne une lecture posée, mise en place, aux dosages minutieux, qui n’élude aucune des grimaces de l’œuvre, mais sait aussi en magnifier les moments les plus radieux, en particulier l’optimiste dernier mouvement.
Très applaudi à la fin de cette symphonie, David Angus prend la parole
afin de féliciter l’orchestre pour son excellent travail. Il reconnaît que cette musique n’est pas facile pour l’auditoire, mais qu’elle l’est encore moins pour ses exécutants. Rares sont les phalanges qui osent s’y frotter, et
c’était d’ailleurs la première fois que lui-même avait l’occasion de l’entendre en vrai. Il dédie ensuite un bis à la mémoire de Rostropovitch : la simple et émouvante Elégie n°2 du belge Lodewijck Mortelmans. Le Symfonieorkest Vlaanderen a rendue publique une partie de sa prochaine saison : parmi tous les programmes, on en attendra tout spécialement la Symphonie de Chausson, Rendering de Berio, le Concerto en Fa de Gershwin, Schéhérazade, etc.
Richard Letawe
http://www.anaclase.com/concert/articles/sov3.htm

“Sergei Rachmaninoff – ETUDES-TABLEAUX”

Posted in Press clippings by fvc on December 12, 2006

Sergei Rachmaninoff – ETUDES-TABLEAUX,
Michel Debrocq,
Le Soir
(2006.12.15)

“Sergei Rachmaninoff – ETUDES-TABLEAUX”

Posted in Press clippings by fvc on December 6, 2006

Sergei Rachmaninoff – ETUDES-TABLEAUX,
Greet Van ‘t Veld,
Knack Focus
(2006.12.06)

Vitaly Samoshko in The Washington Post

Posted in Press clippings by fvc on May 13, 2006

Vitaly Samoshko
Stephen Brookes
The Washington Post
2006.05.13
The Embassy Series
Embassy of the Republic of Poland
Washington, D.C.
May 13, 2006
Ukrainian pianist Vitaly Samoshko had to run a gauntlet of terrors on Thursday night. First there was the packed audience at the Polish Embassy, freshly drenched from downpours outside. Then there was the scary portrait of piano god (and former prime minister) Ignace Jan Paderewski glowering sternly over the Steinway. And finally – most terrible of all! – there was Samoshko’s discovery that he’d neglected to pack a tie to go with his formal tails and would have to perform in dishabille. But challenges are there to overcome, and Samoshko did so with aplomb. The opening was Beethoven’s wearingly familiar “Moonlight” Sonata, which Samoshko dispatched without undue fuss, then moved on to Debussy’s charming, chimerical “Suite Bergamasque”. Samoshko took a different approach from the shimmering, gossamer-light readings we’re used to; there’s remarkable solidity and power in his playing, and he focused on the dance-like aspects of the four movements more than on Debussy’s delicate ambiguities. But it was only in the second half of the recital (the Russian half, natch) that Samoshko really set the furniture on fire. He brought blinding virtuosity to five of Rachmaninoff’s “Etudes-Tableaux”. There was barely time to recover before he unleashed Prokofiev’s astonishing Sonata No. 7. Elegant, anguished, tumultuous, beautiful – to hear Samoshko play it was like looking straight into the tormented heart of the 20th century itself.
– Stephen Brookes

“Oekraiense pianovirtuoos wordt Belg”

Posted in Press clippings by fvc on July 1, 2005

Oekraiense pianovirtuoos wordt Belg,
Ines Minten,
Randkrant
(2005.07.01)

“Be Yourself!”

Posted in Press clippings by fvc on June 1, 2005

“Be Yourself!”,
Stephanie Dierckxens,
Symfonie. Orkest. Vlaanderen. vzw
(2005.06.01)

“Studies Scriabin”

Posted in Press clippings by fvc on June 1, 2005

Studies Scriabin,
Fred Brouwers,
Muziek & Woord
(2005.06.01)

Recensie “Piano Studies Scriabin”

Posted in Press clippings by fvc on June 1, 2005

Recensie “Piano Studies Scriabin”
Klassieke Zaken
Recensies. 25ste jaargang – juni 2005 – nr3
2005.06.01

Een eerste prijs van een groot muziekconcours biedt geen garantie voor een platencontract. De Oekraïener Vitaly Samoshko ondervond het tot zijn niet geringe teleurstelling, nadat hij het prestigieuze Koningin Elizabeth Concours op zijn naam had geschreven. In plaats van bij de pakken neer te zitten, riep hij een eigen label met de wat raadselachtige naam Lineair Art Transfer in het leven. Niet tegengehouden door een commercieel manager kan hij daarop uitbrengen wat hij wil. Na een dubbellaar met zijn lievelingsrepertoire (zo kondigde hij zijn debuut aan), komt hij nu met Skrjabins verzamelde etudes voor de dag. Dit zijn geen werken om pianistische hindernissen te helpen overwinnen, maar eerder studies in extase, van verstild ingetogen tot explosief extravert. Pianisten als Horowitz en Sofronitzki, Skrjabins schoonzoon, waren grootmeesters in dit repertoire, omdat zij met visie en artistieke vrijheid boven hun fysieke beperkingen uitstegen. Vitaly Samoshko is een eersteklas pianist, die met zorg zijn kleuren mengt. Hij stelt daarnaast alles in het werk om Skrjabins aanwijzingen gewetensvol op te volgen. Wie Skrjabin beschouwt als een modernist en elke dissonant op een goudschaaltje gewogen wil hebben, moet deze cd onverwijld aanschaffen. Wie een vrije vlucht boven de stratosfeer verkiest, zoeke zijn toevlucht bij Samoshko’s eerder genoemde voorgangers, als hun opnamen tenminste nog ergens te vinden zijn.
Uitvoerende(n): Alexander Skrjabin – Titel: Etudes (compleet) – Lineair Art Transfer LAT 02-2005 – 0

http://www.klassiekezaken.nl/reviews/?id=648