Vitaly Samoshko

“Een boeiend concert”

Posted in Press clippings by fvc on April 27, 2007

Een boeiend concert
Wilfried Van Landeghem
2007.04.27
deBijloke

Vrijdag 27 april 2007, Concertzaal deBijloke, Gent

Symfonie.Orkest.Vlaanderen
Vitaly Samoshko : piano
David Angus : dirigent

Het was reeds lang geleden dat ik een concert uitkoos van het Symfonie.Orkest.Vlaanderen. Ik was er van de eerste bij toen het orkest in 1960 zijn debuut maakte, de kwaliteit liet dan veel te wensen over. Het orkest was niet in staat zich te profileren als een volwaardig symfonieorkest. Ook de keuze van de dirigenten liet te wensen over, het orkest ‘speelde’ muziek en dat was het ! Dirk Coutigny, huidig intendant van het orkest, hervormde de structuur van het orkest en stond erop het orkest meer flexibel te maken en er vooral voor te zorgen dat er homogeniteit in de samenstelling van het orkest een doelstelling zou worden, daarnaast streefde naar een moderne structuur. Voor het realiseren van die doelstellingen was vooreerst een bekwame dirigent één van de noodzaken. Hij verkende het dirigentenlandschap en zijn keuze viel op de Britse dirigent David Agnus, die van bij het begin de orkestkwaliteit als doelstelling zag. Die optie heeft hij bekomen door het werkniveau en de afzonderlijke secties van het orkest te optimaliseren. Door andere verplichtingen – en niet van de minste – gaf hij het roer door aan de Vlaamse dirigent Siebens, die reeds een reputatie had opgebouwd met het Prometheus Ensemble. Toch zou Agnus nog bij regelmaat het Symfonieorkest Vlaanderen dirigeren. Dat was ook het geval voor het concert van 27 april. Het programma omvatte werk van Jean Sibelius, Pjotr Tsjaïkovski en Carl Nielsen.
Bij het concert moest ik vaststellen dat het orkest reeds over een niet gering aantal enthousiastelingen werd bijgewoond, of laat ik het beter zeggen de concertzaal van deBijloke was nagenoeg volzet.
Als ‘ouverture’ was gekozen voor Sibelius’ symfonisch gedicht Finlandia, opus 26. Een korte compositie, die tijdens een nationale demonstratie (1899) moest dienen als muzikale opluistering van de opvoering van ‘Beelden uit het verleden’ in het Zweedse theater te Helsingfors. Het zesde tableau heette ‘Finland ontwaakt’ en de muziek, die hierbij werd gebracht oogstte zoveel bijval, dat zij de nationale naam van Finlandia kreeg. Het werk werd stevig, zelfs een beetje agressief (vooral door de blazers) gespeeld, waardoor het geheel nogal pompeus overkwam.
Als tweede werk was gekozen voor een ‘evergreen’ : het Concert voor piano en orkest nr.1, opus 23 van Pjotr Tsjaïkovski. De Russische componist heeft drie pianoconcerten gecomponeerd, waarvan alleen het eerste (1875) algemeen bekend is. In één van zijn brieven aan zijn beschermster Nadejda von Meck gaf hij een uitvoerige schildering van de avond, waarop hij het pas voltooide werk in een kleine kring van vrienden voorspeelde en het tot een heftige scène tussen hem en de dirigent Nilolai Rubinstein kwam, die de compositie grondig afkeurde en een radicale herziening adviseerde. Tsjaïkovski, door Rubinstein’s uiterst onwelwillende veroordeling waardoor de componist in het diepst gegriefd was, verklaarde er geen noot in te willen vernaderen en het ongewijzigd te laten publiceren, wat dan ook gebeurde. Later is Rubinstein op zijn vernietigend oordeel geheel teruggekomen en heeft hij het werk herhaaldelijk in het openbaar voorgedragen.
De uitvoering in deBijloke was er één van het hoogste niveau. Vitaly Samoshko was op zijn best. Zijn interpretatie was ferm en virtuoos, maar nergens ging hij zich te buiten aan de klavierleeuwerij waartoe menig pianist zich laat verleiden. Diegene die hem hoorden , realiseerden zich hoe onterecht dat eeuwige verwijt van banaliteit aan Tsjaïkovski’s werk dikwijls gekoppeld wordt. Met een breed gewelfde, hymne-achtige melodie zette hij het eerste deel in (Allegro non troppo e molto maestoso – Allegro con spirito).
Het hoofdthema, dat ontleend was aan een Russisch bedelaarsliedje, werd zeer lyrisch gespeeld door Samoshko. Verder zijn er twee neventhema’s, waarop ook de solo cadenzen zijn gebaseerd. Die werden door de pianist vol donderende oktavenpassages, maar ook vol grillige sensualiteit en ontroerende muzikale speelsheid uitgevoerd. Vooral de innigheid van het Andantino semplice maakte zo’n overbekend stuk weer als nieuw, Samoshko koos hier voor diepzinnigheid. De ingehouden inzet van de Finale (Allegro con fuoco) maakte de latere climaxen des te spannender. Wanneer men het geheel overloopt kan men zeggen dat Vitaly Samoshko een meer dan bekwame pianist is, met vooral gevoel voor de muziek. Hij hield zich verre van misplaatste en valse pathos, toonde aandacht voor de lyrische aspecten en maakte van de virtuositeit geen doel. De samenwerking met het orkest was heel goed. David Angus had het goed voor, dat het werk gecomponeerd was voor piano en orkest, vandaar dat het orkest zijn begeleidende rol excellent speelde, zodat de piano nergens moest onderdoen voor een tutti spelend orkest. Op enkele uitzonderingen na, wanner er geen pianospel aan te pas kwam, liet de dirigent het orkest los en speelde het feilloos en grandioos. De voortreffelijke op elkaar ingespeelde Samoshko en Angus zorgden voor een prachtige, vloeiende vertolking en enthousiasme alom.
Wat mij opviel tijdens de pauze was het feit dat meerdere personen de zaal verlieten, wat voor mij betekende, dat voor hen het concert afgelopen was ! Of lag het aan Carl Nielsen van wie de Symfonie nr. 6 ‘Sinfonia semplice’ FS 116 nog zou worden uitgevoerd ? De Deen Nielsen was een perfecte tijdgenoot van Sibelius. Hij is minder populair omdat hij , in tegenstelling tot Sibelius, de ‘klassieken’ resoluut de rug toekeert. Door het gebruik van evolutieve tonaliteit, atonaliteit en polytonaliteit, en de aaneenschakeling van ideeën zonder onderlinge verwantschap, is Nielsen zonder meer een componist van de 20ste eeuw. Hij schreef zes symfonieën, waarin telkens weer de dynamiek van het ritme opviel. De Symfonie nr.6 ‘Sinfonia semplice (1925) is minder groots, minder gespannen, en blijer dan de twee voorgaande. De eerste beweging (tempo giusto) is opvallend mooi, door haar instrumentatie en door de aandacht voor het klankdetail. De uitvoering door het Symfonieorkest Vlaanderen was vitaal en contrastrijk, en deed het bijzondere karakter goed uitkomen. Van zijn kant liet de dirigent, David Angus, zijn affiniteit met het werk duidelijk horen. Wat niet verwonderlijk is gezien het dubbelzinnige, enigszins groteske van het werk, dat daarmee aan Sjostakovitsj doet denken.
De première van het werk dat plaats had te Kopenhagen op 11 december 1925 en werd met gemengde gevoelens onthaald, waarschijnlijk lag dat aan de minimalistische orkestratie en aan de zware eisen die hij stelde aan de percussie instrumenten en aan de blaasinstrumenten (vooral in de tweede beweging Humoreske, allegretto). Of lag het aan de atonale accenten of aan de voor die tijd ‘hedendaagse’ ritmiek. Feit is dat Nielsen zijn zesde symfonie kwalificeerde als ‘musique pure’. Over zijn ‘Sinfonia Simplice’ zei Carl Nielsen in een interview het volgende : “Ik zocht bij het componeren naar de uiterste eenvoud. Het specifieke karakter van elk instrument werd de basis zelf van mijn partituur, ik heb getracht elk instrument te beschrijven als een individuele , loshangende entiteit”
Daar waar de textuur licht is, vooral in ‘de zesde’ als geheel, overtuigde Angus en het orkest. Trouwens , ook het laconieke, spirituele karakter in die symfonie lag de dirigent wel. Angus heeft minder flair, is minder spectaculair (vgl. Blomstedt) en is terughoudender, maar er spreekt uit zijn interprtetatie meer toewijding. Wat dan enorm opviel was het laatste deel (Thema en Variaties) daar onderstreepte Angus meer het grillige en bizarre van de variaties. Het geheel van de uitvoering was door het Symfonieorkest.Vlaanderen zeer open en direct, en zij hadden greep op deze muziek. Ik heb altijd enige moeite met die raadselachtige Zesde (zo raadselachtig balancerend tussen groteske humor en sardonische dramatiek) gehad, maar deze uitvoering werkte zeer verhelderend, de orkestklank klonk helder, met een betere integratie van de diverse instrumentale groepen. Een dikke proficiat voor de dirigent en voor alle leden van het Symfonieorkest.Vlaanderen, ook het publiek gaf hen een overdonderend applaus,dat onderbroken werd door de dirigent en waarbij hij meedeelde dat hij de publieksaandacht apprecieerde, maar ook in ruime mate het orkest feliciteerde voor hun inzet en gedrevenheid. Daarbij gaf hij aan, dat de uitvoering een ‘in memoriam’ was voor de overleden grootse cellist Mstislav Rostropovitch. Het grandioos concert werd afgesloten met een toegift, een werk van de Vlaamse componist Lodewijk Mortelmans : ‘Hartverheffing’ , het werd door het orkest gespeeld met veel diepgang.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s